IFRS: vloek of zegen?

IFRS: vloek of zegen?

“Kritiek op IFRS barst los”, kopte het Financieele Dagblad op 3 april jongstleden. Ook vóór en na die datum is in de pers een stortlading kritiek over de International Financial Reporting Standards (IFRS) uitgestort. Financieel directeuren van grote Nederlandse ondernemingen, maar ook analisten en accountants uitten harde bezwaren tegen het nieuwe stelsel van verslaggevingsregels.

“De invoering heeft geleid tot hoge kosten, maar de cijfers lijken een puinhoop”, “Wat er nu ligt is zelfs voor de experts moeilijk te begrijpen”, en: “De regels bieden te veel ruimte voor interpretatie”.

Is dit de bekende reactie op dat “wat de boer niet kent”, of is er fundamenteel iets mis met IFRS? En is het voor uw bedrijf rendabel om op IFRS over te gaan? Dit artikel beantwoordt vier prangende vragen op beknopte wijze.

Wat is er mis met IFRS?

Afgaand op de hoeveelheid recente kritiek op IFRS is er heel wat mis met het stelsel van regels. IFRS is dan ook wel iets anders dan de vroegere Nederlandse verslaggevingsregels (“Dutch GAAP”). Tot aan het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw waren de Nederlandse regels internationaal vermaard om hun relatieve eenvoud, pragmatisme en flexibiliteit. Daarbij kwam dat de toepassing van de regels vaak tot conservatieve cijfers leidde. En wat is daar mis mee? Geen enkele van de recente boekhoudschandalen werd immers door conservatieve cijfers veroorzaakt, integendeel. Het “probleem” was meer dat elk land haar eigen verslaggevingsregels kende, waardoor onderlinge vergelijkingen bijna onmogelijk waren.

Vanaf de jaren zeventig is daarom gewerkt aan een set generieke regels die internationaal toepasbaar zouden moeten zijn; de huidige IFRS. De regels leken in aanvang nog enigszins op de toenmalige Nederlandse regels, maar die overeenkomst is in de loop van de tijd grotendeels verdwenen. Het huidige IFRS-boek is ruim 2.500 bladzijden dik en veel meer “rules based” dan de op principes gebaseerde Nederlandse richtlijnen. Dat is ook één van de bezwaren tegen IFRS: de regels zijn vrij gecompliceerd en laten weinig ruimte voor pragmatische toepassing. Aan de andere kant geldt ook hier het adagium dat regels grensgevallen scheppen. Dat vraagt om nieuwe regels, extra uitleg en interpretaties.

Daar komt bij dat de regels continu aan verandering onderhevig zijn: voor de komende jaren kan gerust van een “moving target” worden gesproken. Een bedrijf dat nu op IFRS is overgegaan, moet de wijzigingen in de komende jaren dus nauwgezet volgen.

Dan is er nog de ontwikkeling dat IFRS en de Amerikaanse verslaggevingsregels (“US GAAP”) naar elkaar tenderen, en mogelijk ooit in elkaar opgaan. Wie beseft dat de huidige US GAAP boeken vele malen dikker zijn dan het IFRS-boek, kan wel nagaan wat die ontwikkeling in de toekomst tot gevolg kan hebben.

De huidige kritieken zijn echter wel wat tendentieus. Ook bij de invoering van de euro was de kritiek sterk; de voordelen van de munt zijn pas later duidelijker merkbaar geworden. Dat zal voor IFRS waarschijnlijk ook opgaan. De kinderziektes moeten eerst worden verholpen en de bekendheid met het stelsel zal vanzelf toenemen. Dat gebeurt ook al binnen de nationale regels: de Nederlandse Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving zijn steeds vaker (al dan niet deels) een kopie van IFRS-standaarden. Grote Nederlandse ondernemingen zullen dan ook onvermijdelijk steeds meer met IFRS te maken krijgen.

Hoe zijn de cijfers beïnvloed?

Een veel gehoorde gedachte is dat IFRS betekent dat alle balansposten tegen marktwaarde zouden moeten worden opgenomen. Dat is maar ten dele waar. Wel is het zo dat marktwaarden een steeds grotere rol gaan spelen. IFRS kent echter nog veel keuzemogelijkheden voor waardering tegen nominale waarde of marktwaarde, en voor een belangrijk aantal balansposten geldt dat waardering tegen marktwaarde (zo die al te bepalen zou zijn) niet toegestaan is.

De eerste toepassing van IFRS door Europese beursfondsen in het verslagjaar 2005 laat zien dat de cijfers ten opzichte van de vroegere standaarden heel wisselend

zijn beïnvloed. Voor sommige bedrijven en bedrijfstakken geldt dat een vergelijking met de oude standaarden bijna onmogelijk is; voor andere bedrijven en bedrijfstakken geldt dat er maar weinig fundamentele veranderingen zijn opgetreden. Wel is er in alle gevallen sprake van een belangrijk toegenomen omvang van de jaarrekening, met name door de uitgebreidere toelichting. Vergelijking met de oude standaarden lijkt aantrekkelijk, maar is weinig zinvol. Denk aan Ahold dat een aantal jaren geleden, nog vóór het boekhoudschandaal, er een keer niet in slaagde de verschillen tussen het resultaat volgens (toen nog) Dutch GAAP en US GAAP goed uit te leggen. Dit leidde tot zware kritiek en een belangrijke daling van de beurskoers.

Boekhouden heeft weinig met de werkelijkheid te maken. Toch lijken boekhoudregels in een aantal gevallen de oorzaak te zijn van “business decisions”. Een bekend voorbeeld zijn de regels voor pensioenvoorzieningen. IFRS (maar ook voor een deel het huidige Dutch GAAP) maakt het eventuele pensioentekort voor bedrijven expliciet zichtbaar in de balans. Met name om die reden is de huidige tendentie ingegeven om van “toegezegde pensioenregelingen” over te gaan op “toegezegde bijdragenregelingen”. En er zijn meerder voorbeelden te geven. Het Engelse credo “reporting drives business” lijkt met de invoering van IFRS sterker op te zijn gegaan.

Getuigt vrijwillig op IFRS overgaan van masochisme?

De overgang naar IFRS heeft in de praktijk laten zien dat er in veel gevallen ook sprake is geweest van “achterstallig onderhoud”. De administratie van veel ondernemingen voldeed de laatste jaren ook al niet meer geheel aan de Nederlandse verslaggevingsregels.

Europese beursfondsen en financiële instellingen zijn afgelopen jaar verplicht op IFRS overgegaan. Voor alle overige bedrijven is een vrijwillige overgang mogelijk. Maar waarom zouden bedrijven dit overwegen? De volgende factoren kunnen aangeven of een bedrijf de komende twee jaar zou moeten overwegen op IFRS over te gaan:

  • Er is sprake van een bestaande belangrijke financiering bij een bank, of in de komende vijf jaar moet een significante financiering worden aangetrokken;
  • Er is sprake van belangrijke buitenlandse deelnemingen, of in de komende vijf jaar staat een belangrijke internationale expansie op het programma;
  • In de komende vijf jaar kan het bedrijf worden overgenomen of zou een fusie tot de mogelijkheden kunnen behoren.

Bij internationale vertakkingen is IFRS voor groepsrapportagedoeleinden beter toepasbaar dan een in het buitenland niet bekende set boekhoudregels. Bij belangrijke financiële transacties zullen financiële instellingen de komende jaren steeds meer verlangen dat een onderneming op IFRS gebaseerde cijfers overlegt. Dit geldt ook voor grote overnemende partijen, zoals corporates en private equity huizen. Als er geen IFRS-cijfers zijn, zullen deze dan alsnog moeten worden opgemaakt. Het kan dan verstandiger zijn om de daarmee gepaard gaande problemen te voorkomen, en voortijdig op eigen initiatief op IFRS over te schakelen. Daardoor kan waarschijnlijk sneller en makkelijker een krediet worden verkregen, en kunnen aandelentransacties eerder, en mogelijk tegen hogere waarden, plaatsvinden.

Tot slot kan worden verwacht dat banken hun klanten vanaf een bepaalde (krediet)omvang zullen verplichten op IFRS-basis te rapporteren.

Hoe kan een IFRS-conversie zo pijnloos en pragmatisch mogelijk verlopen?

De ondernemingen die de afgelopen jaren met een IFRS-conversie bezig waren, hebben dit vaak als een vervelende operatie ervaren. De reikwijdte van het project werd bijna altijd onderschat, er was te weinig expertise en de kosten vielen altijd hoger uit. Dat kwam met name door de onbekendheid met de standaarden en het tekort aan experts. Bedrijven die de komende jaren op IFRS overstappen, kunnen leren van de eerder gemaakte fouten. Een greep uit de leerpunten:

  • Neem voldoende tijd voor de conversie. Afhankelijk van de complexiteit van de onderneming, worden ook de primaire processen (front office) en computersystemen door de conversie beïnvloed. Een goed gepland project met voldoende veiligheidsmarges heeft een hogere kans van slagen.
  • Wees streng, maar wel enigszins pragmatisch. Bij IFRS moet voor 100% aan alle regels worden voldaan. Een lakse toepassing van de regels leidt later onherroepelijk tot kostbare reparaties. Voor sommige regels is echter al vooraf in te schatten dat toepassing ervan niet tot wezenlijk andere cijfers leidt, terwijl het er aan voldoen wel tot hoge kosten kan leiden. In dat geval is een beredeneerd afwijken van de regels wel mogelijk. Het “materialiteitsprincipe” is ook onder IFRS van toepassing.
  • Begin tijdig met een “dummy jaarrekening”. Deze voorbeeldjaarrekening moet de nieuwe jaarrekening onder IFRS voorstellen. Op basis van de huidige informatiesystemen kan de jaarrekening al dan niet deels worden ingevuld. Zo is snel duidelijk tot welke additionele informatiebehoefte IFRS leidt, en kan deze informatie tijdig en adequaat worden geregistreerd.
  • Voer IFRS in voor alle bedrijfsonderdelen. Het werken met omboekingen en reparaties op consolidatieniveau leidt op lange termijn vrijwel zeker tot fouten en het niet meer begrijpen van de correcties. Laat alle onderdelen zelfstandig volgens IFRS rapporteren.
  • Maak gebruik van de bestaande vrijstellingen in de Nederlandse wet voor de enkelvoudige jaarrekening. Deze kan worden opgesteld volgens dezelfde grondslagen als de geconsolideerde jaarrekening, waarbij de vrijstellingen volgens de Nederlandse wet van toepassing zijn (“optie 3” voor de experts). Dit scheelt behoorlijk in de omvang van de toelichting.
  • Stem regelmatig af met de accountant. Niets is vervelender dan dat een accountant het achteraf niet eens blijkt te zijn met bepaalde keuzes of beslissingen. De accountant moet onafhankelijk blijven, maar wel meedenken in het proces. Bovendien heeft een accountant de meeste ervaring met IFRS, en is dus een waardevolle kennisbron.
  • Houd de realiteit in het oog. Regels zijn regels, en soms zijn ze niet logisch, dit geldt ook (of zeker) voor IFRS. Maar het heeft ook weinig zin om kwaad te worden dat de zon iedere dag weer onder gaat. En onthoud dat boekhouden de werkelijkheid niet is.

Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven door Machiel Hoek, Senior Manager bij KPMG Accountants. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Orange Interim & Detachering.